Macht is er om te dienen
Ahmed Aboutaleb gaat onverbiddelijk voor de zachte krachten
Er wordt niet getwitterd, want nuances zijn belangrijk. En liever dan naar Pauw&Witteman en De Wereld Draait Door gaat hij ’s avonds naar bewonersbijeenkomsten. In een tijd dat de politieke ego’s zich luidruchtig roeren, oefent de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb zijn ambt rustig, weloverwogen en bescheiden uit. ‘Ik wil het verschil maken, begrijpt u?’
Een gesprek met de eerste Marokkaanse burgemeester van Nederland, en die formulering komt voelbaar verkeerd aan. Als hem halverwege het interview wordt gevraagd naar wat hij hoopt dat voor de volgende Marokkaanse burgemeester gemakkelijker is, wordt de stemming direct ijzig. Ja, de vraag doet pijn, bevestigt hij. ‘Toch is het goed dat u mij deze vraag op deze manier stelt, want zo krijg ik de kans om het nog eens uit te leggen. Mijn wieg stond niet hier, maar dat doet niets af aan mijn liefde en loyaliteit voor Nederland. Omdat mijn roots in Marokko liggen, krijg ik soms de meest bizarre vragen. Bijvoorbeeld of ik Marokkaanse vandalen óók op de billboards in de stad zou hebben tentoongesteld (na ernstige rellen bij voetbalstadion De Kuip ging het stadsbestuur vorig jaar over tot het tonen van foto’s van verdachten op grote billboards in de stad om hen op te sporen). Het doet pijn als je altijd maar beoordeeld wordt op waar je wieg heeft gestaan. Dat doen we niet in alle gevallen, want is het niet vreemd dat Hans Dijkstal, die in Egypte geboren was, nooit zulke vragen kreeg?’
Het is de pijn van de impliciete boodschap dat je afwijkt van de standaard. Die standaard zou zich moeten aanpassen aan de multiculturele realiteit van ons land: ‘Ik hoop dat mijn benoeming als burgemeester van een grote stad een opening maakt voor dergelijke benoemingen in het openbaar bestuur, de magistratuur en de volksvertegenwoordiging.’
Van ver komen
Dat zijn komst in 2009 Rotterdam de tongen zou losmaken was te verwachten. Leefbaar Rotterdam, een grote partij in de Rotterdamse Raad, stond op z’n achterste benen: een burgemeester met twee paspoorten, waarvan één Marokkaans, was volgens de partij beslist het verkeerde signaal aan stad en land. Het was een gespannen entree. Voordat Aboutaleb burgemeester werd, was hij succesvol wethouder in Amsterdam, daarna staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het vierde kabinet Balkenende. Waarom maakte hij eigenlijk de overstap naar Rotterdam? Aboutaleb: ‘Mijn eigen levensloop sluit naadloos aan op het profiel van de multiculturele werkstad Rotterdam. Zoals veel mensen in deze stad ben ik niet in Nederland geboren. Mijn moeder was analfabeet en ik weet wat het is om van ver te moeten komen en met hard werken je ambities te realiseren. Ik ben ooit de politiek ingegaan omdat ik het verschil wil maken. Het maakt uit wie er aan de knoppen zit. Ivo Opstelten maakte bekend dat hij zou aftreden en in die tijd sprak ik met Wouter Bos. Ik zei hem dat ik wel voor Rotterdam wilde gaan. We hebben dat een tijdje laten bezinken, daarna vonden we het allebei nog steeds een goed idee en heb ik gesolliciteerd. Bij mijn aantreden heb ik mezelf de opdracht gegeven om te luisteren, te inspireren, te verbinden. Ik wil de zachte krachten organiseren.’ Bij het recente vertrek van Job Cohen buitelden de namen van mogelijke opvolgers over elkaar heen. Niet die van Aboutaleb. Landelijke ambities heeft hij nu dan ook niet: ‘Rotterdam heeft mij minstens de volle zes jaren.’
Meer dan symptomen
Rotterdam is een stad die je niet direct associeert met zachte krachten. Sinds 2002, toen Pim Fortuyn er zijn grote verkiezingswinst boekte bij de raadsverkiezingen, stond alles in de stad in het teken van veiligheid, lik op stuk en repressie. Opstelten en zijn wethouders zochten en overschreden de grenzen van de wet, alles was geoorloofd om de stad te vrijwaren van overlast en criminaliteit. Aboutaleb is nu op de helft van zijn eerste termijn als burgemeester en zet de lijn van zijn voorganger voort. Maar: ‘Je moet niet alleen symptomen bestrijden, je moet ook werken aan de oorzaak. Het gebrekkige opleidingsniveau van onze bevolking is Rotterdams grootste probleem. Schooluitval en gebrek aan opleiding hangen direct samen met veiligheid. Willen we de stad op een hoger plan brengen, dat de mensen zich goed gaan gedragen, dan is het belangrijk dat ze beter opgeleid worden. Dan kunnen ze zichzelf aan de haren uit het moeras trekken. Investeren in onderwijs is investeren in onze toekomstige veiligheid.’
Talenten die onbenut blijven, dat raakt hem. Aan de Rotterdammers toont Ahmed Aboutaleb zich zoals hij spreekt: vormelijk en beheerst. Toch laat hij zich af en toe, staand voor zo’n zaal, in het hart kijken. Dan vertelt hij hoe hij al wekenlang ‘s avonds moet denken aan een ontmoeting een tijdje terug, met meneer Taher. Een vluchteling uit Irak, die asiel kreeg in Nederland. Hij had een schoonmaakbaantje hier, een gesubsidieerde baan daar. Werkte inmiddels bij een tweedehands warenhuis waar op een dag een stoffige piano binnen werd gebracht. Meneer Taher keek ernaar, maakte hem schoon en stemde de piano. Ging toen zitten en begon Schubert te spelen, op zo’n manier dat alle aanwezigen de rillingen kregen. Wat bleek? De man was een geschoold musicus, had in Irak het conservatorium gedaan. Maar niemand hier had hem ooit gevraagd wat hij kon. Een ontmoeting die hem elke dag weer aangrijpt, vertelt hij. Want hoeveel meneren Taher zijn er? Hoeveel talenten en kwaliteiten blijven onbenut doordat niemand ze te zien krijgt? Bij een andere gelegenheid, in een ander zaaltje, vertelt hij over zijn oom, die al in Nederland was toen hij zelf hier kwam wonen. De oom aan wie hij in alle opzichten veel te danken heeft. Die hem ophaalde van Schiphol toen hij, veel te dun gekleed, op een koude oktoberdag aankwam in Nederland. Die hem hier wegwijs maakte, grappen met hem maakte, geldschieter was. De man ook die zijn talenten heeft herkend: ‘Hij zag de ijverige leerling die ik was en liet me merken hoe hij dat waardeerde.’
Niet uit het old boys network
De talenten en de ijver waardoor hij via de LTS, de MTS en de HTS in de journalistiek terecht kwam. En waardoor hij uiteindelijk burgemeester is geworden. Een burgemeester die niet uit het old boys network komt. Dat heeft voordelen: een opener houding, een andere kijk: ‘Ik geloof dat groot en klein belangrijk zijn voor de stad. Niet alleen CEO’s moeten bij mij terecht kunnen, ook de gewone Rotterdammer moet mij weten te vinden. Bij mijn aanvang zat er een verschil tussen het netwerk van de stad en het netwerk dat ik ambieer. Ik breng daar doelbewust veranderingen in aan. Zo zijn de vakbonden langs geweest op het stadhuis. Ook bewoners uit het oude westen die nog nooit op het stadhuis waren geweest, heb ik uitgenodigd om er eens te komen praten en eten. Rotterdam heeft ook hen nodig.’ Hij spant zich in om bestuur, politie en burger dichter bij elkaar te brengen. De Stuurgroep Veilig (bestaande uit de hoofdofficier van Justitie, de korpsleiding van de politie, de directie Veiligheid van de gemeente en de burgemeester) vergadert niet langer alleen maar achter gesloten deuren op het stadhuis, maar ook in de wijken waar de problemen zijn. Tijdens die vergaderingen neemt en houdt Aboutaleb de regie strak in handen. Met kwinkslagen (‘het is nog veel erger meneer’, tegen een man die beweert grijs te zijn geworden van alle problemen in de wijk – de man is namelijk bijna kaal) en als het moet met scherpte (zie kader).
Macht is er om te dienen
Geïnspireerd werd hij door Tony Blair. ‘Ik bewonderde het enorme elan waarmee Blair zijn land op de zweep nam. Maar hoe die man zich heeft laten meeslepen door Bush, hoe hij nu nog steeds volhoudt dat de inval in Irak gerechtvaardigd was, daar ben ik op afgeknapt.’ Leiders die hem blijvend inspireren zijn Gandhi en Mandela, mannen die de kracht van zacht lieten zien. ‘De macht die Mandela had toen hij vrij kwam… Hij had het hele toenmalige blanke minderheidsregime in één keer de oceaan in kunnen vegen. Maar in plaats daarvan toonde hij wijsheid. Hij realiseerde zich dat zijn verantwoordelijkheid groter was dan persoonlijke genoegdoening halen, dat hij de natie bij elkaar moest houden. Die houding kent zijn weerga niet. Tot op de dag van vandaag plukt Zuid-Afrika daar de vruchten van, het is het rijkste land van Afrika. Natuurlijk, alles is relatief, er is ook armoede en criminaliteit, maar toch. Mandela en Gandhi laten ons zien welke lessen je moet leren als je zachte krachten wilt organiseren.’ Die lessen: je niet laten leiden door je persoonlijke pijn. Vertrouwen, ontwikkeling en perspectief zijn betere bouwstenen bij het opbouwen van de samenleving. En: ‘Macht is er om te dienen. Hannie van Leeuwen, die ik persoonlijk ken, deed die uitspraak tijdens het beroemde CDA-congres waar deelname aan dit kabinet werd besproken. Ook ik zat die dag ademloos aan de buis gekluisterd en Hannie raakte mij enorm met die uitspraak.’
De uitspraak sloot aan bij een les die zijn vader hem leerde. ‘Mijn vader is kampioen anekdotes vertellen. Die anekdotes hebben altijd een diepere boodschap in zich. Eén ervan ging over de gemeenschap van mensen die zich zó over de aarde voortbeweegt dat de aarde hen niet voelt. En dat was een kwaliteit: het is goed om te leven met een zekere bescheidenheid, om jezelf niet te zwaar en niet te belangrijk te maken. Die les is op verschillende momenten in mijn leven bij me teruggekomen. De eerste keer dat ik hem begreep, was toen bij mij de verlichting toesloeg. Ik was zo’n vijftien jaar in Nederland en begon heel veel te lezen. De hersenpan ging open, ik begon mijn eigen waarheden te relativeren en ging openstaan voor andere meningen. Toen kwam dat verhaal van mijn vader pas echt bij me binnen.’
Belijdend moslim van het eenvoudige soort
Andere waarden die in het gezin Aboutaleb belangrijk waren: zorgzaam zijn, voor jezelf, elkaar en je omgeving. Kennis opdoen. Rust vinden en nemen, niet altijd maar doorrennen. En religie. ‘God is voor mij de schepper. De almachtige. De grote kracht die dit allemaal zo heeft gemaakt en bedoeld. Religie werkt voor mij ordenend, helpt soms om antwoord te vinden op levensvragen. Soms ook niet, dan blijven de dingen duister. Dan laat ik het zo.’ Hoe geeft hij in zijn drukke bestaan vorm aan zijn geloofsleven? ‘Ik ben een belijdend moslim van het eenvoudige soort. Ik sta op en voor het ontbijt doe ik mijn ochtendgebed. Ik werk de hele dag door, dan komt het niet tot bidden. Maar als ik ’s avonds thuis kom, bevrijd ik me van de gevangenis van mijn pak, trek in deze tijd van het jaar een stevige trui en een dikke trainingsbroek aan en haal ik mijn gebeden in. Ik ben geen moskeegelovige, daar heb ik geen tijd voor. Tijdens de ramadan zoek ik geloofsgemeenschappen wel op. Turks, Pakistaans of Marokkaans. Maar je ziet me ook in kerkdiensten en in synagoges. In de kern komen alle godsdiensten op hetzelfde neer. We leven in een transitietijd. De tijd van de grote zekerheden ligt achter ons, het is niet meer zo dat voorgangers ons kunnen zeggen hoe het allemaal zit. Kennis neemt toe, maar daardoor ook de twijfels. Religie krijgt een andere positie in de samenleving, het aantal variabelen in het mandje wordt groter. Niet iedereen kan daar even goed mee omgaan en dat zien we terug in de rest van de samenleving, in familieverbanden, in afwijkend gedrag.’
Voor zichzelf ziet hij geen speciale rol op dit gebied. ‘Politiek gaat niet over levensvragen. Ik zal nooit te koop lopen met hoe ik vind dat mensen moeten leven.’ (Behalve als hij jongeren ziet roken, want dat kan hij niet aanzien. Dan loopt hij erop af, zegt dat ze er fantastisch uitzien en dat ze nu moeten stoppen hun lijf te slopen. Ook een les van zijn vader: als je dan toch iets denkt te moeten zeggen over een ander, altijd met iets positiefs beginnen.)
Burgemeester zijn betekent soms een helpende hand bieden. Soms een hand om de schouder. En soms spreek je mensen vermanend toe. ‘En het is zaak om daar dan ook nog je gemoedsrust bij te bewaren. Dat is niet altijd eenvoudig.’ Zoals na de herdenking van een jong meisje dat op gruwelijke wijze vermoord was. ‘Haar familie spreken, die muziek, die muzíek… wat greep dat me aan. Dan is er als ik ’s avonds thuis kom maar één remedie: de buis aan en een uur of langer kijken naar wat er ook maar te zien is. Mijn geheugen resetten. Gelukkig ben ik in zulke gevallen niet helemaal machteloos. Ik kan iets doen voor die mensen. Een stille tocht mogelijk maken, want dat kost geld. Ik kan in zulke gevallen ook zeggen dat dat een privékwestie is, maar dat doe ik niet. Zo’n tocht is heel belangrijk voor de mensen, voor de buurt. Therapeutisch.’
Socializen
Burgemeester worden was een aanpassingsproces. En nog. ‘Er gaat geen dag voorbij zonder dat je leert. De scepsis bij sommigen in de raad bij mijn binnenkomst heb ik soms als druk ervaren. Maar ik bleef open staan. Ik ben bereid mijn eigen standpunt te laten vallen als iemand betere argumenten heeft. En ik heb aan de oppositie laten zien dat ik er ben voor de hele raad en voor de hele stad. Ik ben veel langsgegaan bij de fracties, en op dode momenten in de gemeenteraadsvergadering, tijdens schorsingen of pauzes, ga ik altijd even socializen. Dat betaalt zich terug.’
Gevraagd naar een passend citaat of dichtregel (Aboutaleb is een groot liefhebber van poëzie) om het gesprek mee af te ronden geeft hij een vers uit de Koran: “Ik heb jullie gemaakt tot volkeren en stammen opdat jullie met elkaar kennismaken.” Het zijn de verschillen die het ons mogelijk maken elkaar te kennen. En hoewel hij als burgemeester nadrukkelijk wegblijft van de levensvragen, doet hij wel aan voorleven: ‘Een burgemeester kan oriënterend zijn. Ik geloof in het goede voorbeeld geven. Iedere dag weer hoop ik dat ik het goede doe en dat ik het goede zeg.’
Kader:
In dit land kun je burgemeester worden
‘Juist ik heb bij uitstek het gezag om nieuwkomers erop te wijzen dat slachtofferdenken niet aan de orde is,’ aldus Aboutaleb. Iedere gelegenheid om nieuwkomers te wijzen op hun verantwoordelijkheden grijpt hij aan.
Zoals de naturalisatiebijeenkomst op het stadhuis. Aboutaleb houdt de aanwezigen indringend voor dat als zij hun Nederlandse paspoort vooral zien als papiertje waarmee ze vrij kunnen reizen, ze het document wat hem betreft liever niet ophalen. Dat dat paspoort staat voor het op zich nemen van hún deel van de verantwoordelijkheid om de Nederlandse samenleving verder op te bouwen. Dat hij helemaal over hen wil kunnen beschikken, met huid en haar, van top tot teen. Hij waarschuwt hen, dat het beeld soms bestaat dat zij alleen maar uit zijn op een uitkering en dat dat pijnlijk is. Maar dat dit ook het land is waar je, als je net als hij tussen een berg, een ezel en een steen bent geboren, burgemeester kunt worden. En dat ze er dus alles aan moeten doen om zich zo goed mogelijk te presenteren aan dit land.
Zijn brugpositie tussen twee culturen maakt dat juist hij óók de andere kant, die van de allochtone en oude Rotterdammers, erop kan wijzen als grenzen worden overschreden.
Zo krijgt een bewoonster uit de Tarwewijk te maken met een felle burgemeester als zij hem oproept om aan ‘Den Haag’ te laten weten dat ze Bulgaren en Roemenen bij de grens moeten tegenhouden. Aboutaleb legt uit waar zijn felheid vandaan komt, vertelt dat zo’n opmerking bij hem allerlei persoonlijke beelden oproept. Dat hij dan moet denken aan mannen als zijn vader en zijn oom. Dat hij ziet hoe de geschiedenis zich herhaalt. Dat de mensen over wie nu zo gemakkelijk gesproken wordt, wél degenen zijn die voor ons een tweede Maasvlakte uit de grond stampen. Dat hij graag zou zien dat er ook eens met waardering over hen werd gesproken. Dat de discussie gaat over net gedrag, niet over of ze hier wel of niet mogen wonen en werken want dat mogen ze.
Eenzelfde felheid treedt op als een bewoner zegt dat de problemen verdwijnen ‘als je ze niet allemaal bij elkaar zet’. Aboutaleb: ‘Ik woon in Kralingen, daar woont één heel grote groep van mensen van dezelfde kleur bij elkaar en dan vindt niemand dat een probleem. Kleur is alleen maar een issue als het gaat over niet-blank. Daarom blijf ik benadrukken: overlast is het criterium, niet kleur of afkomst. Waar het over moet gaan is of mensen hier netjes wonen en werken. Overlast pikken we niet. Maar laten we erop letten dat de discussie zuiver blijft.’
Ahmed Aboutaleb
Geboren: 29 augustus 1961 in Beni Sidel, Marokko. Kwam in 1976 met zijn moeder en broer naar Nederland, zijn vader was hier al. Doorliep de LTS, de MTS en de HTS. Ging daarna de journalistiek in: vanaf 1986 werkte hij als verslaggever voor Veronica Radio, NOS Radio en RTL 4 Nieuws, was discussieleider bij RVU Televisie, programmamaker bij Radio Stad Amsterdam, Radio Noord-Holland, Migrantentelevisie Amsterdam en Radio West. Vanaf 1991 volgden leidinggevende banen op het gebied van communicatie en voorlichting bij het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur, de SER, het CBS. Werd in 1998 bestuurder van Forum en in 2002 directeur Maatschappelijke, Economische en Culturele ontwikkeling van de Bestuursdienst, gemeente Amsterdam. In 2004 werd hij PvdA-wethouder in Amsterdam (Onderwijs, Jeugd, Werk, Inkomen en Grotestedenbeleid) en was in 2007 en 2008 staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het vierde kabinet Balkenende. Ahmed Aboutaleb is getrouwd en vader van vier kinderen.
(Verschenen in VolZin)
